Naar boven ↑

Update

Nummer 22, 2026
Uitspraken van 2 juni 2026 tot 8 juni 2026
Redactie: Mr. H. Vorsselman, mr. drs. I. van der Zalm, mr. Y. Bosschaart en J. Stulp.

Geachte heer/mevrouw,

Hierbij treft u de nieuwe PS Updates aan. 

Rechtspraak
In deze nieuwsbrief hebben wij een selectie opgenomen van de sinds de vorige nieuwsbrief verschenen uitspraken, die te raadplegen zijn via de hyperlinks onder aan deze nieuwsbrief. 

Deze week is een tweetal uitspraken voor u uitgelicht. In de eerste uitspraak oordeelt de rechtbank over de vraag of de nabestaanden van een in een ziekenhuis overleden man een aantal bij het ziekenhuis werkzame personen mag horen in een getuigenverhoor. In de tweede uitspraak gaat het om de vraag of het subrogatieverbod van artikel 7:962 lid 3 BW geldt voor een intra-concern inlener.

Medische aansprakelijkheid: getuigenverhoor volgt als nabestaanden geen inzage krijgen in strafrechtelijk dossier.
Vader van de verzoeker was opgenomen in het ziekenhuis in verband met een bacteriële infectie in de rug. Hij kreeg medicatie toegediend via een infuus en zuurstof toegediend via een neusbril. Vader is in het ziekenhuis overleden door een aansluiting van de zuurstoftoevoer op het infuus, waardoor een fatale hoeveelheid lucht in het bloed van de vader terecht is gekomen. Ten tijde van de mondelinge behandeling in deze zaak was nog niet bekend of het OM strafrechtelijke vervolging in zal stellen en zo ja, tegen wie. Het strafrechtelijk dossier bevat verklaringen van betrokken zorgmedewerkers. In deze procedure wordt de rechtbank verzocht om een getuigenverhoor te bevelen. Volgens de rechtbank heeft verzoeker op dit moment (nog) geen wettelijk afdwingbaar recht op inzage en is hij afhankelijk van de welwillendheid van de officier van justitie. Wanneer de verzoeker geen inzage krijgt in de verklaringen die de betrokken zorgmedewerkers ten overstaan van de politie hebben afgelegd dan ligt zijn verzoek in beginsel voor toewijzing gereed. De rechtbank oordeelt dat de verzoeker voldoende belang heeft bij zijn verzoek en dat hij geen misbruik maakt van zijn bevoegdheid. De rechtbank zal het verzoek om leden van de onderzoekscommissie te horen afwijzen, omdat gewichtige redenen zich hiertegen verzetten. Deze personen beschikken uit hoofde van hun rol over informatie die in het incidentenregister staat. Op die informatie heeft de verzoeker geen recht. De conclusie luidt dat het verzoek van de verzoeker om een getuigenverhoor te bevelen in beginsel toewijsbaar is, in het geval dat hij geen inzage krijgt in het strafrechtelijk dossier. Wel behoeft de getuigenlijst naar het oordeel van de rechtbank herziening. De procedure wordt zes weken aangehouden. In die periode heeft de verzoeker de gelegenheid om inzage in het strafdossier te verzoeken en de rechtbank over de uitkomst daarvan te berichten. (PS 2026-0250)

Artikel 7:962 lid 3 BW: reikwijdte begrip ‘werkgever’.
Verzekerde van de eisende zorgverzekeraar (ASR) is een ernstig ongeval overkomen tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden. De zorgverzekeraar tracht in deze procedure de door haar in het kader van de door de verzekerde bij haar gesloten zorgverzekering gedane uitkeringen te verhalen op Equans Refrigiration B.V. In de arbeidsovereenkomst tussen de verzekerde en Equans Nederland N.V. (destijds anders geheten) stond dat de formele werkgever Equans Nederland N.V. (destijds anders geheten) is en dat de verzekerde feitelijk werkzaam is bij Equans Refrigeration B.V. (destijds anders geheten). De zorgverzekeraar heeft Equans Refrigeration B.V. in deze procedure gedagvaard. Equans Refrigeration B.V. beroept zich in deze procedure op het subrogatieverbod uit artikel 7:962 lid 3 BW. Tussen partijen is niet in geschil dat de werknemer een arbeidsovereenkomst sloot met de nv en niet met de bv. Equans Refrigeration B.V. betoogt dat zij niettemin heeft te gelden als werkgever in de zin van artikel 7:962 lid 3 BW omdat de werkgever feitelijk permanent en exclusief bij haar was tewerkgesteld. Volgens de verzekeraar kan alleen de formeel juridische werkgever zich beroepen op het subrogatieverbod en gaat het verweer van de bv niet op. De rechtbank volgt Equans niet in haar betoog. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 7:962 lid 3 BW komt, zoals door de Hoge Raad in het Anderzorg-arrest is beschreven, naar voren dat de wetgever de voorkeur heeft gegeven aan een limitatieve opsomming van duidelijk afgebakende uitzonderingscategorieën boven een meer open geformuleerde maatstaf aan de hand waarvan moet worden beoordeeld of het aan de orde zijnde concrete geval beantwoordt aan de motieven voor het opnemen van de regeling in de wet. Er is dus geen ruimte om aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval – in dit geval de aard en duur van de tewerkstelling van de verzekerde bij de bv – te beoordelen of sprake is van een arbeidsrelatie waarvoor het subrogatieverbod geldt. De rechtbank ziet geen aanleiding om de door Equans Refrigeration B.V. voorgestelde prejudiciële vragen te stellen over de reikwijdte van het subrogatieverbod. De conclusie is dan ook dat Equans kan worden aangesproken door ASR tot betaling van de door haar vergoede en door het ongeval veroorzaakte medische kosten van de verzekerde. (PS 2026-0251)

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ps-updates@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Ilona van der Zalm & Armin Vorsselman 
PS Updates

Hof

Rechtbank

Antillen