Naar boven ↑

Update

Nummer 21, 2026
Uitspraken van 28 mei 2026 tot 1 juni 2026
Redactie: Mr. H. Vorsselman, mr. drs. I. van der Zalm, mr. Y. Bosschaart en J. Stulp.

Geachte heer/mevrouw,

Hierbij treft u de nieuwe PS Updates aan. 

Rechtspraak
In deze nieuwsbrief hebben wij een selectie opgenomen van de sinds de vorige nieuwsbrief verschenen uitspraken, die te raadplegen zijn via de hyperlinks onder aan deze nieuwsbrief. 

Deze week is een tweetal uitspraken over werkgeversaansprakelijkheid voor u uitgelicht. In de eerste uitspraak komt de rechtbank tot de conclusie dat de zaak niet geschikt is voor deelgeschil, maar geeft in de uitspraak ook aan dat in deze zaak op de werkgever een verzwaarde zorgplicht rust. In de tweede uitspraak oordeelt de rechtbank dat de werkgever weliswaar voldoende heeft onderbouwd dat zij in algemene zin voldoende invulling heeft gegeven aan haar zorgplicht, maar dat de werkgever ten aanzien van deze werknemer in dit specifieke geval niet aan de op haar rustende zorgplicht heeft voldaan.

Werkgeversaansprakelijkheid: verzwaarde zorgplicht.
De werkneemster is gedeeltelijk gehandicapt. Als gevolg van kinderpolio zijn haar linkerbeen en rechterbovenbeen verlamd en loopt zij sinds haar jeugd met krukken. Op 2 september 2021 is werkneemster ten val gekomen in de aula (ook wel als hal aangeduid) van de school. Werkneemster heeft haar werkzaamheden voortgezet maar, vanwege schouderklachten als gevolg van de val, met gebruikmaking van een rolstoel in plaats van krukken. Op 8 november 2021 heeft de orthopedisch chirurg van de werkneemster op basis van de op 3 november 2021 gemaakte echo de diagnose gesteld dat een pees in de rechterarm van werkneemster gescheurd was en de werkneemster binnen twee maanden geopereerd moest worden. De werkneemster heeft de werkgeefster op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk gesteld voor (de schade ten gevolge van) haar val. De aansprakelijkheidsverzekeraar heeft de aansprakelijkheid betwist. Omdat de precieze toedracht van het arbeidsongeval niet vaststaat en de werkgeefster heeft nagelaten het arbeidsongeval te melden bij de Arbeidsinspectie, geldt voor de werkgeefster een ruimere bewijslast dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de werkneemster ook terecht gesteld dat op de werkgeefster ten opzichte van de werkneemster vanwege haar handicap een verzwaarde zorgplicht geldt. De kantonrechter concludeert dat partijen elkaar tegenspreken over zowel de feitelijke toedracht als de naleving van de zorgplicht door de werkgeefster. De werkgeefster heeft weliswaar de bewijslast ten aanzien van de naleving van de zorgplicht, maar zij stelt gemotiveerd en onderbouwd dat die zorgplicht is nageleefd. De conclusie is dat deze zaak niet geschikt is voor een beoordeling in een deelgeschil. De kantonrechter zal het verzoek van de werkneemster daarom afwijzen. (PS 2026-0233)

Werkgeversaansprakelijkheid: in algemene zin voldaan aan zorgplicht maar niet in specifieke geval.
De werknemer is tijdens zijn werkzaamheden als installatiemonteur voor de werkgever onder stroom komen te staan, waardoor hij letsel heeft opgelopen. Tussen partijen is niet in geschil dat het ongeval heeft plaatsgevonden in de uitoefening van de werkzaamheden. Verder heeft de werknemer tijdens de zitting voldoende nader onderbouwd dat hij (ten minste enige) schade heeft geleden als gevolg van het ongeval, en heeft de werkgever dit niet (verder) weersproken. Gelet hierop draait deze zaak (alleen) om de vraag of de werkgever aan haar zorgplicht heeft voldaan. De werkgever heeft naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd dat zij in dit specifieke geval aan haar zorgplicht heeft voldaan. In november 2022 kwamen er signalen vanuit het werkveld dat de werknemer onveilig te werk ging en onzorgvuldig met bedrijfseigendommen omging. Gelet op de omstandigheden, bestaande uit de signalen over het onveilig werken door de werknemer, de gesprekken die zijn gevoerd, de waarschuwingen die zijn gegeven en het ontbreken van een adequate opvolging daarvan, kunnen vraagtekens worden gezet bij het afgeven van de aanwijzing. Dit had immers tot gevolg dat de werknemer alleen op pad kon gaan (zie het verslag van 11 november 2022 en de verklaringen ter zitting van partijen) en dat er dus sprake zou zijn van geen of minder toezicht door collega’s. In dat licht heeft de werkgever onvoldoende onderbouwd dat de aanwijzing zorgvuldig en op goede gronden is afgegeven. Daarnaast heeft de werkgever onvoldoende onderbouwd dat zij na het verstrekken van de aanwijzing op andere wijze voldoende toezicht heeft gehouden op het functioneren van de werknemer. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat in dit specifieke geval niet is komen vast te staan dat de werkgever aan haar zorgplicht heeft voldaan als bedoeld in artikel 6:758 BW. Dat de werknemer tijdens zijn werkzaamheden op 19 juni 2023 zelf een fout heeft gemaakt door een kabel vast te pakken zonder dat hij zijn veiligheidshandschoenen aan had, leidt niet tot een ander oordeel. De werknemer heeft verklaard dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de situatie veilig was en de kabel die hij vastpakte niet onder stroom stond. De werkgever heeft een andere toedracht niet voldoende aannemelijk gemaakt zodat de kantonrechter het door de werknemer geschetste scenario tot uitgangspunt zal nemen. Maar ook als zou komen vast te staan dat de werknemer een andere fout heeft gemaakt, volgt daaruit nog niet dat de werkgever wel aan haar zorgplicht heeft voldaan. Een werkgever mag er immers niet zonder meer op vertrouwen dat de werknemer zelf goed oppast, maar moet rekening houden met een zekere mate van onoplettendheid, hetgeen ook geldt voor ervaren medewerkers. De gevorderde verklaring voor recht zal dan ook worden toegewezen. (PS 2026-0237)

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ps-updates@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Ilona van der Zalm & Armin Vorsselman 
PS Updates

Rechtbank