Naar boven ↑

Update

Nummer 14, 2026
Uitspraken van 8 april 2026 tot 13 april 2026
Redactie: Mr. H. Vorsselman, mr. drs. I. van der Zalm, mr. Y. Bosschaart en J. Stulp.

Geachte heer/mevrouw,

Hierbij treft u de nieuwe PS Updates aan. 

Rechtspraak
In deze nieuwsbrief hebben wij een selectie opgenomen van de sinds de vorige nieuwsbrief verschenen uitspraken, die te raadplegen zijn via de hyperlinks onder aan deze nieuwsbrief. 

Deze week is een tweetal uitspraken voor u uitgelicht. De eerste uitspraak ziet (onder meer) op het verzoek aan een verzekeraar om NAW-gegevens te verstrekken van de verzekeringsnemer. In de tweede uitspraak wijst de rechtbank het verzoek tot een mondelinge behandeling in deelgeschil af omdat volgens de rechtbank aanstonds duidelijk is dat deze zaak zich niet leent voor deelgeschil.

Verzoek tot bevel verstrekken NAW-gegevens verzekeringsnemer afgewezen.
In 2023 heeft een aanrijding plaatsgevonden. Volgens de verzoekende partij heeft de wederpartij na het verkeersongeval aan haar toegegeven dat zij door het rode stoplicht is gereden. De verzoekende partij heeft bij het tankstation vlak bij de ongevalslocatie met haar telefoon een foto gemaakt van een opname van een beveiligingscamera van het tankstation waarop een auto met een bestuurder ernaast te zien is. De auto stond naast de pomp. Daarnaast heeft zij ook een filmpje gemaakt van beelden waarop het verkeersongeval te zien is. De WAM-verzekeraar van de wederpartij heeft aansprakelijkheid voor de gevolgen van het verkeersongeval van de hand gewezen, omdat na het bekijken van het filmpje niet vaststaat dat haar verzekerde door rood is gereden. De verzoekende partij heeft vervolgens geprobeerd om een verklaring te bemachtigen van de bestuurder van de auto die volgens haar tijdens het verkeersongeval achter de wederpartij reed. Volgens haar heeft deze mannelijke bestuurder na het verkeersongeval gezegd dat de wederpartij door rood reed. Deze bestuurder kan ook verklaren dat de wedepartij dit aan de verzoekende partij heeft toegegeven. De gegevens van deze bestuurder zijn door geen van partijen of andere aanwezigen bij het verkeersongeval genoteerd. De verzoekende partij heeft het kentekenregister van de RDW geraadpleegd om de gegevens van de bestuurder van de schermafbeelding op te vragen. Hieruit bleek waar de bestuurder verzekerd was. De verzoekende partij heeft vervolgens deze verzekeraar verzocht om de NAW-gegevens van deze bestuurder aan haar te verstrekken. De verzekeraar heeft dit niet gedaan, omdat haar verzekeringnemer heeft laten weten geen getuige te zijn geweest van het verkeersongeval en daarnaast geen toestemming heeft gegeven voor het verstrekken van zijn NAW-gegevens aan de verzoekende partij. De verzoekende partij verzoekt nu om een getuigenverhoor, waarbij onder andere de verzekeringnemer gehoord moet worden. Het getuigenverhoor wordt toegewezen, maar enkel voor zover dat verzoek ertoe strekt om anderen dan de verzekeringnemer te horen. Het verzoek tot toegang tot de persoonsgegevens wordt afgewezen. Die verwerking zou op grond van artikel 6 lid 1 onder f AVG gerechtvaardigd kunnen zijn als voldoende duidelijk zou zijn dat de verzekerde daadwerkelijk getuige van het ongeval is geweest. In dit geval is echter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verzekeringnemer bij het verkeersongeval aanwezig is geweest. (PS 2026-0170)

Geen mondelinge behandeling: niet geschikt voor deelgeschil.
Deelgeschil. In 2011 is een bijrijder gewond geraakt bij een verkeersongeval. De WAM-verzekeraar van de auto waar de bijrijder in zat heeft de aansprakelijkheid richting de bijrijder aanvaard. Hierna is langdurig onderhandeld in het kader van de afwikkeling van de letselschade en zijn er in de tussentijd voorschotten aan de man beschikbaar gesteld. In 2017 is door de verzekeraar een namens haar ondertekende vaststellingsovereenkomst (VSO) aan de bijrijder voorgelegd waarbij de schade werd vastgesteld op € 393.000. Na een second opinion heeft de opvolgend belangenbehartiger aan de verzekeraar laten weten dat de bijrijder niet akkoord gaat. Tot 2021 is opnieuw onderhandeld en zijn onafhankelijke onderzoeken verricht. Na een mediationtraject is door beide partijen een VSO gesloten (door beide partijen getekend) waarbij de schade is vastgesteld op € 322.500, vermeerderd met € 86.058,17 buitengerechtelijke kosten. In deze procedure, bijgestaan door een nieuwe belangenbehartiger, stelt de bijrijder dat er in 2017 rechtsgeldig een VSO tot stand is gekomen. De rechtbank begrijpt uit het verzoekschrift dat de bijrijder van mening is dat de VSO uit 2021 vernietigbaar is wegens (al dan niet wederzijdse) dwaling dan wel misbruik van omstandigheden: hij zou de VSO 2021 nooit zijn aangegaan als de verzekeraar hem niet in de onjuiste veronderstelling zou hebben gebracht dat de VSO 2017 niet tot stand was gekomen en hem niet onder druk zou hebben gezet een nieuwe vaststellingsovereenkomst te sluiten. De rechtbank wijst het verzoek tot een mondelinge behandeling af. Deze zaak leent zich niet voor behandeling in deelgeschil: een beslissing op het verzochte kan niet bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Tussen partijen staat immers vast dat er al een vaststellingsovereenkomst is gesloten, namelijk de VSO 2021. In het geval toewijzend zou worden beslist op het primaire verzoek, wordt teruggevallen op de VSO 2017. Een beslissing op het primaire verzoek kan dus (evident) niet bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst, maar zou slechts uitsluitsel geven over welke vaststellingsovereenkomst partijen bindt. Indien toewijzend zou worden beslist op het subsidiaire verzoek, betekent dit dat daaraan voorafgaand is geoordeeld dat de VSO 2017 niet tot stand is gekomen, en dat er – door vernietiging van de VSO 2021 – ook geen vaststellingsovereenkomst meer is. Daarmee zou de hele schadeafwikkeling weer openliggen. Het standpunt van de man dat die beslissing (wel) zou kunnen bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst, deelt de rechtbank niet. Omdat de beslissing tot afwijzing zo voor de hand lag, is het verzoek volstrekt onnodig en onterecht ingesteld en worden de kosten van de procedure niet begroot. (PS 2026-0171)

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ps-updates@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Ilona van der Zalm & Armin Vorsselman 
PS Updates

Rechtbank