Naar boven ↑

Update

Nummer 13, 2026
Uitspraken van 31 maart 2026 tot 7 april 2026
Redactie: Mr. H. Vorsselman, mr. drs. I. van der Zalm, mr. Y. Bosschaart en J. Stulp.

Geachte heer/mevrouw,

Hierbij treft u de nieuwe PS Updates aan. Deze week twee uitspraken waarbij verzekeraars de samenwerking met belangenbehartigers (verder) mochten weigeren. In de uitspraak die hieronder eerst aan bod komt ging het niet om opzettelijke misleiding, maar om een opeenstapeling van ontoelaatbare slordigheden, maar wel als zodanig dat registraties daarvan mochten blijven staan. Diezelfde verzekeraar mocht ook een andere belangenbehartiger weigeren, wegens herhaalde misleidende werkwijze en overgaan tot registratie daarvan. Het betrof daarbij het niet transparant zijn over financiële afspraken. 

Tot slot nog een deelgeschil over het verlies van een kans, waarbij een in opleiding zijnde chirurg na een medische fout ongewenst zwanger raakte. Niet kan worden vastgesteld dat zij als gevolg daarvan haar opleiding niet heeft kunnen afronden, maar wel dat zij een kans daartoe (van 30%) heeft verloren.

Rechtspraak
In deze nieuwsbrief hebben wij een selectie opgenomen van de sinds de vorige nieuwsbrief verschenen uitspraken, die te raadplegen zijn via de hyperlinks onder aan deze nieuwsbrief. 

Verzekeraar mocht samenwerking beëindigen, ook zonder opzettelijke misleiding.
De verzekeraar weigert de belangbehartigers van de slachtoffers van letselschade, omdat de belangenbehartigers volgens de verzekeraar onvoldoende betrouwbaar zijn. De verzekeraar heeft de belangenbehartigers om deze reden geregistreerd in diverse registers en gemeld bij het Centrum voor Bestrijding Verzekeringscriminaliteit (CBV) en het Nivre. De belangenbehartigers vorderen in deze procedure opheffing van de jegens haar getroffen maatregelen. De rechter komt tot de conclusie dat aangehaalde omissies leiden tot het oordeel dat de belangenbehartigers onvoldoende betrouwbaar zijn en klaarblijkelijk niet beschikken over de kennis en ervaring die noodzakelijk is voor het adequaat begeleiden van de benadeelde in het schaderegelingsproces. Van opzettelijke misleiding is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet gebleken. Er is meer sprake van een opeenstapeling van ontoelaatbare slordigheden hetgeen eveneens tot de kern moet worden gerekend van de professionele integriteit die van een belangenbehartiger mag worden verwacht. De verzekeraar mag op grond hiervan de samenwerking beëindigen. De rechter laat de registraties in de Gebeurtenissenadministratie, het IVR, het Incidentenregister en het EVR in stand. Daarnaast hoeven de mededelingen bij het CBV en het Nivre niet te worden ingetrokken. (PS 2026-0158)

Verzekeraar mocht belangenbehartiger weigeren: herhaalde misleidende werkwijze.
De belangenbehartiger staat particulieren bij die letselschade hebben geleden. In een aantal letselschadezaken die de belangenbehartiger behandelt, is de verzekeraar betrokken als verzekeraar van de aansprakelijke partij. De verzekeraar weigert met de belangenbehartiger samen te werken en heeft de belangenbehartiger geregistreerd in verschillende (fraude)registers. De rechtbank oordeelt dat de belangenbehartiger op een dermate misleidende wijze te werk is gegaan, dat de verzekeraar terecht heeft vastgesteld dat de belangenbehartiger niet (voldoende) betrouwbaar is als belangenbehartiger. Belangenbehartiger was niet transparant zijn over de financiële afspraken (of erger: de werkelijke afspraken bewust buiten het zicht houden). Hierbij weegt de rechtbank ook mee dat de verzekeraar onderbouwd naar voren heeft gebracht, onder meer door naar rechtspraak te verwijzen, dat de belangenbehartiger niet alleen bij één zaak op deze wijze te werk gaat, maar dat dit vaker is gebeurd. Alle genoemde redenen samengenomen vormen voldoende grond voor de verzekeraar om de samenwerking met de belangenbehartiger te beëindigen. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat voldaan wordt aan de regelgeving (PIFI) omtrent de registratie in de registers. De rechtbank concludeert dat voldoende vaststaat dat de belangenbehartiger door haar handelwijze dermate misleidend te werk is gegaan, dat dit onoorbare gedragingen opleveren als bedoeld in artikel 5.2.1 sub a van het PIFI. Het zijn gedragingen die een bedreiging vormen voor de (financiële) belangen van cliënten en verzekeraar zelf of de continuïteit en/of de integriteit van de financiële sector. De slotsom is dat de registraties gerechtvaardigd zijn en de daarmee samenhangende vorderingen moeten worden afgewezen. (PS 2026-0161)

Verlies van een kans tot afmaken opleiding na medische fout.
De vrouw, destijds in opleiding tot chirurg, is door medisch onzorgvuldig handelen ongewenst zwanger geraakt van haar derde kind. Zij heeft een spiraal laten zetten in het ziekenhuis en bij een nacontrole is de ligging van de spiraal gemanipuleerd. De verzekeraar heeft de aansprakelijkheid erkend en aangegeven bereid te zijn de schade die voortvloeit uit het onzorgvuldig handelen te vergoeden. Het lukt partijen niet de schade vast te stellen, onder andere omdat zij het er niet over eens zijn welke gevolgen de derde zwangerschap heeft gehad op het carrièreverloop van de vrouw. De rechtbank komt tot het oordeel dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn om tot het oordeel te kunnen komen dat de vrouw zonder het onzorgvuldig medisch handelen, dus zonder de ongewenste derde zwangerschap, de opleiding tot chirurg (zonder meer) met succes zou hebben doorlopen. Het is niet uitgesloten dat de opleiding alsnog met succes zou zijn afgerond, maar er zijn meerdere factoren die aan het succesvol afronden in de weg hadden kunnen staan, ook in het geval er van een derde zwangerschap geen sprake zou zijn geweest. De twee eerdere beoordelingstrajecten in twee ziekenhuizen waren verre van vlekkeloos verlopen. Er waren op cruciale momenten meerdere punten van kritiek, zowel bij tussentijdse beoordelingen als bij eindbeoordelingen. Er wordt gewezen op gebrekkige communicatie, het niet uit elkaar houden van hoofd- en bijzaken, het niet openstaan voor kritiek, gebrek aan leerbaarheid, onvoldoende tempo en gebrek aan zelfvertrouwen, en ook in techniek liep zij geregeld achter. De rechtbank constateert dat de vrouw een zwaar traject stond te wachten waarbij haar functioneren onder een vergrootglas zou liggen. Het is niet uitgesloten dat zij erin geslaagd zou zijn de punten van kritiek te overwinnen, maar niet kan gezegd worden dat enkel de ongewenste zwangerschap aan het welslagen in de weg heeft gestaan. Ook zonder die zwangerschap had de vrouw nog heel wat te overwinnen alvorens zij na het intensieve beoordelingstraject in de gelegenheid zou zijn gesteld de opleiding voort te zetten. Al met al concludeert de rechtbank dat niet vastgesteld kan worden dat de vrouw zonder het onzorgvuldig medisch handelen, dus zonder de ongewenste derde zwangerschap de opleiding tot chirurg met succes zou hebben doorlopen. De rechtbank komt wel tot het oordeel dat door het medisch onzorgvuldig handelen voor de vrouw een kans verloren is gegaan om de opleiding tot chirurg met succes af te ronden. De rechtbank schat de kans dat de vrouw zonder het medisch onzorgvuldig handelen de opleiding tot chirurg met succes zou hebben afgerond, alle omstandigheden in ogenschouw nemend, ex aequo et bono op 30%. (PS 2026-0162)

Literatuur
W.C.T. Weterings, ‘Duurzaam schadeherstel en het indemniteitsbeginsel. Parametrisch verzekeren als oplossing bij toekomstbestendig of klimaatrobuust herstel van zaken?’, Aansprakelijkheid, Verzekering & Schade 2026/7, afl. 2.

N.P. Jonker, ‘Aansprakelijkheid en nieuwe voertuigen: “Omdat er in 1994 nog geen fatbike was”’, Aansprakelijkheid, Verzekering & Schade 2026/9, afl. 2. 

A. Cordina & L.T. Visscher, ‘European Reluctance against Third-Party Litigation Funding – Tensions between Private and Public Interests’, Aansprakelijkheid, Verzekering & Schade 2026/8, afl. 2. 

J.W. Sap, ’Begroting van smartengeld in beweging’, Verkeersrecht ANWB 2026/31, afl. 3. 

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ps-updates@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Ilona van der Zalm & Armin Vorsselman 
PS Updates

Rechtbank

Antillen