In 2018 heeft een ongeval plaatsgevonden tussen een Kia Picanto en een Renault Megane. De Renault is met de rechtervoorzijde gebotst op de linkerachterzijde van de Kia Picanto die op de linkerwegstrook reed en krachtig had afgeremd. In eerste aanleg is geoordeeld dat de WAM-verzekeraar van de Kia Picanto aansprakelijk is voor de schade ontstaan uit het ongeval en de rechtbank heeft haar veroordeeld om de betalingen die de WAM-verzekeraar van de Renault Megane al heeft gedaan naar aanleiding van het ongeval terug te betalen. In hoger beroep wordt er gesteld door de WAM-verzekeraar van de Kia Picanto dat er sprake was van een onvermijdelijke noodstop als gevolg van het feit dat een hond de weg overstak. Het hof is het eens met het oordeel van de rechtbank dat niet is gebleken van de noodzaak om een noodstop te maken op een snelweg waar beide auto’s met een snelheid van 130 kilometer per uur reden. Het enkele feit dat er een hond op of in de buurt van de weg liep is daartoe niet voldoende. Plotseling hard remmen en (vrijwel) tot stilstand komen op een autosnelweg waar met hoge snelheid wordt gereden is gevaarlijk rijgedrag en in beginsel onrechtmatig, tenzij komt vast te staan dat er in redelijkheid geen andere mogelijkheid bestond. Daarvan is hier niet gebleken. De bewijslast rust op de partij die zich op deze uitzondering beroept. Er zijn echter geen feiten en omstandigheden gesteld of gebleken waaruit de noodzaak als vorenbedoeld kan volgen. Uit de omstandigheden dat de bestuurder van de Kia Picanto niet over een geldig rijbewijs beschikte en alcohol had gedronken (volgens zijn verklaring bij de politie een uur voor het ongeval twee blikjes bier) leidt het hof bovendien (los van het vorenstaande) het vermoeden af dat aannemelijk is dat deze bestuurder gevaarlijk dan wel onvoorzichtig rijgedrag heeft vertoond, waardoor het ongeval is veroorzaakt en de WAM-verzekeraar te weinig heeft gesteld om dit vermoeden te ontzenuwen. Het hof is het ook eens met de verwerping van de rechtbank van het beroep op eigen schuld van de bestuurder van de Renault. Omdat de bestuurder van de Renault werd geconfronteerd met een plotseling zeer hard remmende Kia kan van eigen schuld van de bestuurder van de Renault geen sprake zijn. Niet gebleken is dat de bestuurder, gegeven het plotseling hard afremmen op de snelweg door de Kia, onvoldoende afstand heeft gehouden of op een andere manier onvoorzichtig is geweest. Dat de bestuurder op de linkerrijbaan reed is ook geen omstandigheid die tot het aannemen van eigen schuld aanleiding kan geven. Ook het feit dat de bestuurder van de Renault een hond heeft zien lopen, levert geen grond op voor eigen schuld. Dat zou pas het geval kunnen zijn als deze bestuurder zijn rijgedrag niet tijdig heeft aangepast. Feiten die daarop zouden kunnen wijzen zijn niet gebleken. Uit de producties volgt ook niet dat de bestuurder van de Renault (heeft verklaard dat hij) al vóór de aanrijding had gezien dat er een hond op de weg liep. Het hoger beroep slaagt niet.
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 29-07-2025