Naar boven ↑

ALGEMENE MEDEDELING

In de loop van januari 2025 wordt deze online omgeving geïntegreerd in Boomportaal (www.boomportaal.nl), waarna deze omgeving wordt opgeheven. Vanaf dat moment linkt deze URL automatisch door naar Boomportaal.

8.705 resultaten

Rechtspraak

PS 2025-0196

De man was in 2018 als bijrijder betrokken bij een auto-ongeluk op Malta waardoor hij letsel heeft opgelopen. De man vordert in de hoofdzaak betaling door de twee bij het ongeval betrokken WAM-verzekeraars van de door hem geleden schade als gevolg van het auto-ongeluk. In het incident vorderen de twee WAM-verzekeraars dat de Nederlandse rechter zich op grond van Verordening (EU) 1215/2012 (hierna: Brussel I-bis) onbevoegd verklaard. De rechter wijst de incidentele vordering van de twee WAM-verzekeraars af, omdat hij zich bevoegd acht kennis te nemen van het geschil. Het gaat in dit geval om een verzekeringszaak op grond waarvan artikel 11 lid 1 onder b Brussel I-bis in samenhang met overweging 18 van Brussel I-bis regelt dat de verzekeringnemer, de verzekerde of de begunstigde als de zwakkere partij moet worden beschermd en daarom de mogelijkheid krijgt om een vordering tegen een in een andere lidstaat gevestigde verzekeraar in te stellen bij het gerecht van zijn eigen woonplaats. Op grond van artikel 13 lid 2 Brussel I-bis geniet een getroffene die een vordering rechtstreeks tegen de verzekeraar kan instellen dezelfde bescherming. Het beroep van de twee WAM-verzekeraars op grond van het beginsel van voorspelbaarheid gaat niet op. Het gaat in dit geval om een verzekeringszaak waarvoor in Brussel I-bis specifieke en uitputtende bepalingen zijn opgenomen die de bevoegdheid regelen, juist ter bescherming van de zwakkere partij. Deze bepalingen zetten de algemene en alternatieve bevoegdheidsregels opzij.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 12-02-2025