In 2019 is een man een ongeval overkomen. Als gevolg van dit ongeval zijn diverse klachten ontstaan. In 2021 heeft de AOV-verzekeraar van de man bericht dat ter beoordeling van zijn arbeids(on)geschiktheid een specialistisch onderzoek nodig is. Er zijn vervolgens een psychiatrische expertise, een neuropsychologisch onderzoek en een psychologisch onderzoek verricht door een deskundigenbureau, waarna een rapport is uitgebracht. De man was en is het niet eens met de conclusies van het specialistisch onderzoek van het deskundigenbureau maar wist destijds niet hoe hij dat kenbaar moest maken aan de verzekeraar. De verzekeraar heeft de man niet gewezen op artikel 5.3 van de polisvoorwaarden op basis waarvan de man recht heeft op een (medische) second opinion. Deze discussie is destijds ook op de achtergrond geraakt door het beroep van de verzekeraar op onder meer de alcoholclausule, op grond waarvan zij weigerde nog langer een AOV-uitkering te verstrekken. De verzekeraar heeft, onder de voorwaarde dat haar beroep op de (uitsluitings)clausules in de polisvoorwaarden wordt afgewezen, verklaard haar medewerking te willen verlenen aan een second opinion. Omdat de rechtbank dat beroep in een eerder tussenvonnis heeft afgewezen, moet worden beslist over de wijze waarop deze second opinion wordt vormgegeven. Partijen verschillen daarover van mening. De rechtbank volgt het standpunt van de man en oordeelt dat de medische second opinion moet worden verricht in volle omvang, dus door een neuroloog, neuropsycholoog en een psychiater. Aanleiding daarvoor is, in het kader van het partijdebat, dat er gerede twijfel bestaat over de zorgvuldigheid van het eerdere onderzoek dat door het deskundigenbureau is uitgevoerd. De rechtbank ziet geen aanleiding zich uit te laten over de personen van de medisch specialisten of de vraagstelling die aan hen moet worden voorgelegd. De rechtbank vertrouwt erop dat partijen daar in goed overleg uit kunnen komen. Mocht dat niet het geval zijn, dan kunnen partijen deze vragen in een andere procedure aan de rechtbank voorleggen.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 30-07-2025