Art. 6 WVW 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood. 1. Schuld en causaliteit. 2. Verkeerde toepassing van art. 27 Sr. Ad 1. Snelheidswedstrijd tussen verdachte en X. Het Hof heeft o.b.v. onder meer diens vaststellingen geoordeeld dat ook verdachte zich zeer onvoorzichtig heeft gedragen, dat verdachte schuld heeft aan het ongeval alsmede aan het overlijden van X ten gevolge daarvan en dat het ongeval en het (latere) overlijden van X ook aan verdachte is toe te rekenen. E.e.a. geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. Ad 2. Aftrek voorarrest van voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf en niet van de onvoorwaardelijk opgelegde taakstraf. Het Hof heeft in strijd met doel en strekking van art. 27.1 Sr beslist dat de door verdachte voor de tul van de uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd “bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in vermindering is gebracht” (vgl. ECLI:NL:HR:1997:ZD0625). De HR herstelt het verzuim.
Hoge Raad, 27-01-2015