Naar boven ↑

Update

Number 08, 2020
Uitspraken van 18 februari 2020 tot 24 februari 2020
Redactie: prof. mr. dr. S.D. Lindenbergh, mr. drs. I. van der Zalm, mr. Y. Bosschaart, mr. E.S. Engelhard, M. de Groot, J.J. Kempkes, mr. J.L.M. Limpens, M. Mellaard, mr. F.M. Ruitenbeek-Bart, mr. J.K. Stam en J.H.G. Verweij-Hoogendijk.

Geachte heer/mevrouw,


Bijgaand treft u een nieuwe PS Update aan. Klik hier om de pdf vanaf de website te downloaden.


Nieuws
De afgelopen week verschenen verschillende nieuwsberichten. Deze zijn op frequente tijden te lezen op de website.


Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de sinds de vorige nieuwsbrief verschenen uitspraken, welke zijn opgenomen onder aan deze nieuwsbrief. Wij lichten de volgende uitspraken hier voor u uit.

Orthopeed en kliniek aansprakelijk voor gevolgen rugoperatie.
Eiser heeft al sinds haar twaalfde jaar last van rugklachten, waarvoor zij in de loop der jaren op verschillende manieren is behandeld. Een orthopeed heeft een rugoperatie voorgesteld. Na de operatie is bij eiser een partiele dwarslaesie opgetreden. Na een periode van revalidatie waarin haar situatie verbeterde heeft zij nog last van krachtsverlies en gevoelsstoornissen aan haar benen, rugklachten met uitstralende pijn en verminderd gevoel aan buik en blaas. Eiser is buitenshuis op een rolstoel of rollator aangewezen en is volledig arbeidsongeschikt geraakt. De rechtbank (PS 2020-0131) wijst de verklaring voor recht dat de kliniek en orthopeed aansprakelijk zijn, toe. De rechtbank oordeelt dat de orthopeed door eiser de operatie aan te bieden (en niet een gestructureerd oefenprogramma met psycho-cognitieve gedragstherapie) en deze operatie uit te voeren, niet heeft gehandeld zoals destijds van een redelijk handelend en bekwaam orthopedisch chirurg mocht worden verwacht. Hoewel tussen partijen in geschil is of de operatie lege artis is uitgevoerd en wat de partile dwarslaesie exact heeft veroorzaakt, staat wel vast dat dit letsel tijdens de operatie is ontstaan en zonder operatie zou zijn uitgebleven. De orthopeed en kliniek zijn op de voet van artikel 6:74 jo. 7:453 BW, respectievelijk artikel 7:462 BW, aansprakelijk. Toekenning van een voorschot van 25.000 wegens verlies aan verdienvermogen, omdat in hoge mate aannemelijk is dat de inkomensschade substantieel zal zijn, gelet ook op het feit dat de dwarslaesie op 41-jarige leeftijd is opgetreden, een leeftijd waarop normaal gesproken een aanzienlijk werkzaam leven nog in het verschiet ligt. Toekenning van een voorschot van 50.000 aan smartengeld wegens de dagelijkse fysieke gevolgen en van het verdriet dat zij stelt te hebben omdat zij niet meer in staat is tot de dagelijkse en met name ook haar sportieve activiteiten.

Ouder beschuldigt gastouder van kindermisbruik zonder bewijs.
Ouder beschuldigt gastouder van kindermisbruik en benadert stelselmatig de betrokken instanties met het doel de naam van de gastouder te schaden, hoewel bewijs voor misbruik ontbreekt. De gastouder vordert dat de ouder wordt veroordeeld tot vergoeding van geleden en nog te lijden materile en immaterile schade. De rechtbank (PS 2020-0132) oordeelt dat door het benaderen van de verschillende gastouderbureaus die bemiddelden voor eiseres en het daarnaast benaderen van zowel de GGD als de gemeente, de ouder de naam van de gastouder heeft geschaad. De ouder deed dit bewust: zij schrijft immers dat zij wil dat de gastouder wordt gestraft. Door op eigen houtje de gastouder in een kwaad daglicht te stellen, hoewel de politie niet tot vervolging wilde overgaan, en met het expliciete doel het werk als gastouder voor de gastouder onmogelijk te maken, heeft de ouder gehandeld in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Het beroep van de ouder op een rechtvaardigingsgrond slaagt niet. De gestelde omstandigheid dat de ouder er stellig van was (en is) overtuigd dat haar kinderen zijn misbruikt, rechtvaardigt niet dat zij de goede naam van de gastouder bij alle betrokken instanties zwart maakt en de gastouder het werken onmogelijk maakt. De rechtbank wijst 1.000 aan immaterile schadevergoeding toe, omdat de gastouder kampt met psychische klachten en een onveilig gevoel na de bedreigingen, mishandeling en het stalken van de ouder. De vordering tot vergoeding van materile schade wordt verwezen naar de schadestaatprocedure.

Regresvordering in medische aansprakelijkheidszaak uit 1990.
Verzekeringsrecht. Conclusie van de procureur-generaal (PS 2020-0130) over aansprakelijkheid van ziekenhuis en arts jegens een patint voor een in maart 1990 gemaakte beroepsfout. De verzekeraar die tot 1 april 1990 aansprakelijkheid heeft gedekt, zoekt ex artikel 7:961 BW regres voor de betalingen aan de patint op de verzekeraar bij welke vanaf 1 april 1990 aansprakelijkheid is gedekt. Het beroep op verjaring wordt verworpen en de regresvordering wordt toegewezen. Klachten over afwijzing van beroep op verjaring en over de uitleg van polisvoorwaarden in principaal cassatieberoep. Klacht in incidenteel cassatieberoep over de datum waarop het verzuim ten aanzien van de wettelijke rente is ingetreden in incidenteel cassatieberoep (art. 6:83 aanhef en sub b en c BW).


Literatuur
Sinds het verschijnen van de vorige nieuwsbrief zijn verschillende signaleringen onder literatuur geplaatst. Zie ook het overzicht onderaan deze nieuwsbrief.


Inzenden eigen rechtspraak
Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de personenschadepraktijk en rechtsontwikkeling, klik dan hier om de geanonimiseerde uitspraak in te zenden. Wij stellen dat erg op prijs.


Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ps.updates@law.eur.nl.


Met vriendelijke groet,

Siewert Lindenbergh, Femke Ruitenbeek-Bart, Janou Kempkes Moana Mellaard

PS Updates



Literatuur
Sinds het verschijnen van de vorige nieuwsbrief zijn de volgende signaleringen onder literatuur geplaatst.

F. Janssens A.J. Nieuwenhuis, Smaad, eenvoudige belediging en het maatschappelijk debat, Ars Aequi 2020/2. [Rechtsorde*][Legalintelligence*]
Publicisten en politici leveren tal van bijdragen aan het maatschappelijk debat. Daarbij nemen ze vaak geen blad voor de mond. Gezagdragers of (andere) politici worden in denigrerende termen beschreven of van ernstige misstappen beschuldigd. In dergelijke gevallen staat het belang van een ongebreideld maatschappelijk debat tegenover het belang de persoonlijke integriteit of goede naam van de aangevallen persoon te beschermen. In deze bijdrage wordt onderzocht welke ruimte er daarbij is voor de toepassing van de strafrechtelijke bepalingen die zien op smaad en eenvoudige belediging.

M.C. Gozoglu F.T. Oldenhuis, Annotatie bij Hoge Raad 19-07-2019, ECLI:NL:HR:2019:1278, Jurisprudentie Aansprakelijkheid 2020/1. [Rechtsorde*][Legalintelligence*]
Deze annotatie vormt een bespreking van de uitspraak van de Hoge Raad in het Gronings gasdossier. In deze annotatie concentreren de auteurs zich op de vraagpunten die het hart van het aansprakelijkheidsrecht betreffen, te weten de toepassing van het causaliteitsvereiste, hantering van het wettelijk bewijsvermoeden en de omvang van de schadevergoeding. Aan de bespreking van de geselecteerde vraagpunten gaat een korte kennismaking met de juridische voorgeschiedenis vooraf. De annotatie wordt afgesloten met een korte slotbeschouwing.

B.M.G. Bijnen, Annotatie bij Rechtbank Noord-Nederland zp Assen 11-09-2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:3830, Jurisprudentie Aansprakelijkheid 2020/3. [Rechtsorde*][Legalintelligence*]
In een markt die omschreven wordt als ongereguleerd biedt een keur aan al dan niet bekwame letselschadebureaus haar diensten aan met de belofte van zorgvuldige juridische bijstand aan het door een ongeval getroffen slachtoffer. Het is geen gewaagde uitspraak om te stellen dat deze beloftes lang niet altijd worden waargemaakt; zo was ook het geval in de hier te bespreken zaak. Hoewel de uitspraak meerdere interessante elementen bevat, zal de auteur zich in deze noot beperken tot de vraag naar aansprakelijkheid.

Y. Bosschaart, Annotatie bij Gerechtshof Den Haag, 22-10-2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2753, Jurisprudentie Aansprakelijkheid 2020/4. [Rechtsorde*][Legalintelligence*]
In de onderhavige uitspraak van het Hof Den Haag staat de begroting van het smartengeld na ernstig verwijtbaar medisch handelen van een uroloog centraal. De Rechtbank Rotterdam heeft de aansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis veroordeeld tot betaling van 200.000 aan smartengeld, maar het Hof Den Haag heeft geoordeeld dat een smartengeldvergoeding van 135.000 billijk is. In deze annotatie wordt achtereenvolgens ingegaan op de feiten, het oordeel van de rechtbank, de grieven en het oordeel van het hof, waarna wordt afgesloten met enkele opmerkingen over het oordeel van het hof.

K.M. Zweep, Gerechtshof Den Haag, 05-11-2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2929, Jurisprudentie Aansprakelijkheid 2020/9. [Rechtsorde*][Legalintelligence*]
In het onderhavige geval acht het hof voldoende aannemelijk dat appellanten immaterile schade hebben geleden en stelt het hof vast dat jegens appellanten sprake is van een schending van art. 13 EVRM, nu het nationale recht appellanten geen mogelijkheid biedt tot het vorderen van immaterile schadevergoeding. Het hof kent echter geen immaterile schadevergoeding toe aan appellanten en oordeelt dat aan die schade met een verklaring voor recht voldoende wordt tegemoetgekomen. Het hof legt daaraan ten grondslag dat art. 2 EVRM weliswaar jegens A, maar niet jegens appellanten is geschonden.

B.T. Berends F.E.G.A. van der Voort, Annotatie bij Rechtbank Gelderland zp Arnhem, 20-02-2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:4309, Jurisprudentie Aansprakelijkheid 2020/12. [Rechtsorde*][Legalintelligence*]
De onderhavige uitspraak is interessant vanwege het relativiteitsvraagstuk en de risicos waar een hondenbezitter op bedacht moet zijn. In deze annotatie bespreken de auteurs beknopt: (i) het feitelijk kader, (ii) de risicoaansprakelijkheid van dierenbezitters, (iii) het relativiteitsoordeel over de betreffende APV-bepalingen in de onderhavige zaak en (iv) de vraag of een bezitter gevaarzettend handelt indien hij zijn hond niet aanlijnt.

E.W. Bosch, Annotatie bij Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zp Arnhem, 05-11-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:9478, Jurisprudentie Aansprakelijkheid 2020/13. [Rechtsorde*][Legalintelligence*]
In deze zaak staat de vraag centraal of het slachtoffer lijdende was aan shockschade, doordat hij toen hij zeven jaar oud was zijn moeder dood naast haar bed in een bloedplas vond. Deze uitspraak is interessant omdat er tegelijkertijd sprake is van zowel pre-existente problematiek als van een predispositie.

S.C. van Dijke H.Th. Vos, Annotatie bij Rechtbank Midden-Nederland zp Utrecht, 16-10-2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:4976, Jurisprudentie Aansprakelijkheid 2020/14. [Rechtsorde*][Legalintelligence*]
A is op 83-jarige leeftijd aangereden door een vrachtwagen van RMN, met ernstig beenletsel tot gevolg. De WAM-verzekeraar van RMN, HDI, heeft aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. A raakte door de aanrijding zo ernstig gewond dat haar onderbeen moest worden geamputeerd. Zij heeft vervolgens zelf gekozen voor een levenseinde en is komen te overlijden. Voorafgaande aan haar overlijden heeft zij haar advocaat opdracht gegeven haar schade te verhalen. Verzoeker, de executeur testamentair in de nalatenschap van A, verzoekt in deelgeschil een verklaring voor recht (i) dat HDI de immaterile schade van A moet vergoeden en (ii) dat de materile schade waarvan vergoeding wordt gevraagd het gevolg is van de aanrijding.

* Let op: toegang tot de volledige tekst van deze publicatie bestaat alleen bij een abonnement op het tijdschrift in (n van) deze databank(en).

Hoge Raad

Hof

Rechtbank