Naar boven ↑

Rechtspraak

Deelgeschil letselschade. Geschil met verzekeraar. Partijen zijn het erover eens dat er een medische expertise moet plaatsvinden. Tussen partijen is in geschil of verzoeker eerst verdere medische informatie beschikbaar moet stellen, waaronder het volledige huisartsenjournaal. De rechtbank toetst aan de proportionaliteitscriteria uit de Medische Paragraaf bij de GBL (Gedragscode Behandeling Letselschade). De rechtbank concludeert dat verzoeker meer gegevens moet aanleveren aan de medisch adviseur van verweerder. Het verzoek om verdere voorschotten wordt afgewezen. In dit deelgeschil kan de rechtbank niet concluderen dat verzoeker een hogere schadevergoeding toekomt dan het bedrag dat hij al als voorschot van verweerder heeft ontvangen. Ten slotte gaat de rechtbank in op de stelling van verzoeker dat sprake zou zijn van secundaire victimisatie door de onzorgvuldige handelwijze van Euro Insurance in het schadeafhandelingstraject. De rechtbank kan verzoeker niet volgen in zijn stelling dat Euro Insurance bij de schadeafwikkeling onzorgvuldig heeft gehandeld. Van een stroperig letselschadedossier is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Uit de gedingstukken blijkt dat partijen regelmatig hebbe gecorrespondeerd en dat Euro Insurance in het algemeen binnen redelijke termijnen heeft gereageerd. De rechtbank wijst daarom de schadevergoeding wegens secundaire victimisatie af.

Deelgeschil letselschade. Geschil met verzekeraar. Partijen zijn het erover eens dat er een medische expertise moet plaatsvinden. Tussen partijen is in geschil of verzoeker eerst verdere medische informatie beschikbaar moet stellen, waaronder het volledige huisartsenjournaal. De rechtbank toetst aan de proportionaliteitscriteria uit de Medische Paragraaf bij de GBL (Gedragscode Behandeling Letselschade). De rechtbank concludeert dat verzoeker meer gegevens moet aanleveren aan de medisch adviseur van verweerder. Het verzoek om verdere voorschotten wordt afgewezen. In dit deelgeschil kan de rechtbank niet concluderen dat verzoeker een hogere schadevergoeding toekomt dan het bedrag dat hij al als voorschot van verweerder heeft ontvangen. Ten slotte gaat de rechtbank in op de stelling van verzoeker dat sprake zou zijn van secundaire victimisatie door de onzorgvuldige handelwijze van Euro Insurance in het schadeafhandelingstraject. De rechtbank kan verzoeker niet volgen in zijn stelling dat Euro Insurance bij de schadeafwikkeling onzorgvuldig heeft gehandeld. Van een stroperig letselschadedossier is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Uit de gedingstukken blijkt dat partijen regelmatig hebbe gecorrespondeerd en dat Euro Insurance in het algemeen binnen redelijke termijnen heeft gereageerd. De rechtbank wijst daarom de schadevergoeding wegens secundaire victimisatie af.