Naar boven ↑

Rechtspraak

Beroep tegen een crisismaatregel op grond van artikel 7:6 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Het niet toevoegen van een advocaat door de burgemeester leidt niet tot een onrechtmatig besluit. Beroep ongegrond. Wel oordeelt de rechtbank dat de burgemeester ten onrechte heeft aangetekend dat verzoekster bedenkingen naar voren heeft gebracht tegen het zich laten bijstaan door een advocaat. Hierdoor is aan verzoekster het recht op bijstand van een advocaat onthouden. Verzoekster heeft onder meer verklaard dat zij zich zonder advocaat alleen heeft gevoeld en het gevoel heeft gehad dat er niemand aan haar kant stond. Mede gelet op deze verklaring vindt de rechtbank het aannemelijk dat verzoekster door de schending nadeel heeft ondervonden. De rechtbank wijst de immateriƫle schade die verzoekster daardoor heeft geleden dan ook toe.

Beroep tegen een crisismaatregel op grond van artikel 7:6 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Het niet toevoegen van een advocaat door de burgemeester leidt niet tot een onrechtmatig besluit. Beroep ongegrond. Wel oordeelt de rechtbank dat de burgemeester ten onrechte heeft aangetekend dat verzoekster bedenkingen naar voren heeft gebracht tegen het zich laten bijstaan door een advocaat. Hierdoor is aan verzoekster het recht op bijstand van een advocaat onthouden. Verzoekster heeft onder meer verklaard dat zij zich zonder advocaat alleen heeft gevoeld en het gevoel heeft gehad dat er niemand aan haar kant stond. Mede gelet op deze verklaring vindt de rechtbank het aannemelijk dat verzoekster door de schending nadeel heeft ondervonden. De rechtbank wijst de immateriƫle schade die verzoekster daardoor heeft geleden dan ook toe.

Immateriële schadevergoeding wegens onthouden van rechtsbijstand na nemen crisismaatregel. Beroep tegen een crisismaatregel op grond van artikel 7:6 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De rechtbank is van oordeel dat het toevoegen van een advocaat weliswaar behoort tot de verantwoordelijkheid van de burgemeester rondom het nemen van een crisismaatregel, maar dat het achterwege laten daarvan niet leidt tot onrechtmatigheid van de crisismaatregel zelf. Artikel 7:2 lid 3 Wvggz bepaalt immers dat de burgemeester ervoor zorg moet dragen dat ná het nemen van de crisismaatregel betrokkene wordt bijgestaan door een advocaat. Dat het toewijzen van een advocaat een fundamenteel recht is, zoals door de advocaat gesteld, doet aan de rechtmatigheid van de crisismaatregel niet af. Wel oordeelt de rechtbank dat de burgemeester ten onrechte heeft aangetekend dat verzoekster bedenkingen naar voren heeft gebracht tegen het zich laten bijstaan door een advocaat. Hierdoor is aan verzoekster het recht op bijstand van een advocaat onthouden. Verzoekster heeft onder meer verklaard dat zij zich zonder advocaat alleen heeft gevoeld en het gevoel heeft gehad dat er niemand aan haar kant stond. Mede gelet op deze verklaring vindt de rechtbank het aannemelijk dat verzoekster door de schending nadeel heeft ondervonden. De rechtbank wijst de immateriële schade die verzoekster daardoor heeft geleden dan ook toe.